neolithicum

(Grieks: neo = nieuw, lithos = steen) Benaming voor nieuwe steentijdof late steentijd en betreft een prehistorische cultuurfase. In onze streken duurde deze van circa 4.500 - 2.000 v.Chr., waarin de gemeenschappen leefden van akkerbouw en veeteelt. Karakteristieke werktuigen waren de geslepen stenen bijlen en vooraanstaande doden werden begraven in grafheuvels.
Zie ook mesolithicum en paleolithicum.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?


JUIST!NIET JUIST!

alvleesklier

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.