Pleistoceen

Het Pleistoceen is de eerste periode van het Kwartair, het jongste geologische tijdperk, dat 2,5 miljoen jaar geleden begon. Het Pleistoceen wordt gekenmerkt door het voorkomen van ijstijden, perioden waarin de temperatuur zo laag was dat ook in de zomer de grond niet opdooide en in de winter het ijs aangroeit. In die tijden daalde de zeespiegel met ongeveer 100 meter en viel in onze streken de Noordzee droog. Aan het eind van elke ijstijd werden, als de temperatuur weer omhoog ging, grote hoeveelheden smeltwater afgevoerd en werd veel grind en zand getransporteerd. In vlakke gebieden werd dit afgezet en zo ontstonden puinwaaiers van honderden meters dikte. Deze puinafzettingen van grind en zand vormen de ondergrond van ons land. In het Westen van Nederland ligt het zand op verschillende diepten. Heipalen worden op deze zandafzettingen gezet.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke kunststroming was Mondriaan een van de oprichters?


JUIST!NIET JUIST!

De Stijl

socialisatie

Proces waarmee een persoon zich de gedragingen eigen maakt die in een bepaalde gemeenschap passend worden gevonden voor iemand van zijn of haar leeftijd, sekse en maatschappelijke positie. Dit is inclusief de internalisatie van de waarden van die gemeenschap. Gesocialiseerd raken is het resultaat van opvoedings‑ en identificatieprocessen.