Pleistoceen

Het Pleistoceen is de eerste periode van het Kwartair, het jongste geologische tijdperk, dat 2,5 miljoen jaar geleden begon. Het Pleistoceen wordt gekenmerkt door het voorkomen van ijstijden, perioden waarin de temperatuur zo laag was dat ook in de zomer de grond niet opdooide en in de winter het ijs aangroeit. In die tijden daalde de zeespiegel met ongeveer 100 meter en viel in onze streken de Noordzee droog. Aan het eind van elke ijstijd werden, als de temperatuur weer omhoog ging, grote hoeveelheden smeltwater afgevoerd en werd veel grind en zand getransporteerd. In vlakke gebieden werd dit afgezet en zo ontstonden puinwaaiers van honderden meters dikte. Deze puinafzettingen van grind en zand vormen de ondergrond van ons land. In het Westen van Nederland ligt het zand op verschillende diepten. Heipalen worden op deze zandafzettingen gezet.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie werd in het bijbelboek Genisis verkocht door zijn broers en kwam in Egypte terecht?


JUIST!NIET JUIST!

Jozef de aartsvader

temperamenten

Oorspronkelijk de naam voor vier persoonlijkheidstypen die al in de Oudheid onderscheiden werden: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament. Tegenwoordig de naam voor persoonlijkheidsverschillen die in de kinderjaren blijken en tot op zekere hoogte erfelijk zijn. Het gaat daarbij om zaken als de felheid waarmee op prikkels wordt gereageerd, het algemene energie‑ en activiteitsniveau en de mate van extraversie.