kringloop (cyclus)

Vereenvoudigde cyclische voorstelling van relaties en processen waarmee de beweging en omzetting van materie op aarde inzichtelijk gemaakt kan worden. Er zijn verschillende kringlopen op de wereld aan te geven, naar de aard van de materie en naar de lengte. Water komt voor in een korte en in een lange kringloop. In de korte verdampt het water boven de oceaan, en regent weer uit. Bij de lange kringloop vervoert de wind de wolken naar het land, daar stijgt de lucht op, de waterdamp condenseert en regent uit. Als de neerslag als sneeuw valt kan het lang blijven liggen in bijvoorbeeld het hooggebergte. Bij smelten kan het water door rivieren afgevoerd worden of in de grond zakken en als grondwater langzaam naar lagere delen afgevoerd worden.
Andere stoffen komen eveneens in een kringloop voor: de chemische cyclus gaat over de beweging door het aardsysteem van stoffen als stikstof, koolstof en zuurstof. Een gesteentecyclus geeft aan dat in de aardkorst processen spelen die gesteenten veranderen, waarna aan de oppervlakte verwering en erosie ze weer afbreken, transporteren en er sedimentatie plaatsvindt. Een erosiecyclus geeft aan dat hooggebergte eveneens afslijt door verwering en erosie, en uiteindelijk als een schiervlakte (= bijna vlakte) eindigt tot er weer opheffing plaatsvindt.
De tijdschaal waarin een kringloop plaatsvindt kan zeer verschillend zijn. Zo heeft de korte waterkringloop een tijdschaal van ten hoogste enkele jaren, terwijl de tijdschaal van de erosiecyclus in de orde van grootte van miljoenen jaren ligt. Kringlopen zijn belangrijk omdat de aarde min of meer als een gesloten systeem te beschouwen is. Behalve de energie van de zon, komt er geen water, gesteente etc. bij en gaat er niets af, afgezien van verbranding van fossiele brandstoffen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie is de componist van de opera De barbier van Sevilla?


JUIST!NIET JUIST!

Gioacchino Rossini

verzuiling

Aanduiding voor het verschijnsel dat in Nederland tot in de jaren zestig het maatschappelijk-politieke leven werd geregeld door organisaties met verschillende ideologisch-levensbeschouwelijke opvattingen. Protestants-christelijke, Roomskatholieke, socialistische, algemeen humanistische. Zij werden 'zuilen' genoemd en omspanden bijna het hele leven: onderwijs, vakbond, media, politieke partij) en vrijetijdsbesteding. De term zuil duidt zowel op de bemoeienis van begin (onder) tot eind (boven) – van wieg tot graf – maar ook op het feit dat de zuilen samen het politieke gebouw droegen. Er was immers wel sprake van samenwerking en coalities tussen de verschillende organisaties. Vooral door secularisatie brokkelden de zuilen af.

De 10 meest gezochte woorden en begrippen van de afgelopen week

  1. mektab
  2. dunya
  3. Psyche
  4. evenaar
  5. Thomas Kuhn
  6. paradigma
  7. structuralisme
  8. Afrodite
  9. ethiek
  10. podcast