ijstijden

Ijstijden zijn perioden in de geologische geschiedenis waarin grote delen van het vasteland bedekt waren met landijs. De dikte ervan varieerde van 500 tot 1000 meter. In een ijstijd is de gemiddelde temperatuur zo laag dat in de zomer de grond niet meer opdooit (permafrost) en in de winter de ijslaag aangroeit. Er zijn sporen van ijstijden van ongeveer 270 miljoen jaar geleden (Perm). De meest recente ijstijden dateren uit het Kwartair; er zijn er minstens tien geweest, afgewisseld met warmere perioden, de interglacialen. Deze ijstijden zijn ontstaan door kleine veranderingen in de stand van de aarde en zijn baan rond de zon en waarschijnlijk ook door processen op de zon zelf. De eerste ijsbedekking in Nederland vond plaats ongeveer 450.000 jaar geleden (De Elsterijstijd), maar daarvan zijn maar weinig sporen in het landschap te zien. De een na laatste ijstijd (150.000 jaar geleden) bracht landijs in ons land tot de lijn Vogelenzang – Nijmegen. Doordat het landijs grond opstuwde en door de aanwezigheid van gletsjers waren de grote rivieren in ons land die oorspronkelijk naar het oosten stroomden, gedwongen af te buigen naar het zuidwesten. In de laatste ijstijd waren er geen gletsjers in ons land en heerste hier een toendraklimaat. Deze koude periode eindigde circa 10.000 jaar geleden. In de verre toekomst worden nieuwe ijstijden verwacht.
Zie ook Kleine IJstijd en Milanković.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie werd in het bijbelboek Genisis verkocht door zijn broers en kwam in Egypte terecht?


JUIST!NIET JUIST!

Jozef de aartsvader

temperamenten

Oorspronkelijk de naam voor vier persoonlijkheidstypen die al in de Oudheid onderscheiden werden: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament. Tegenwoordig de naam voor persoonlijkheidsverschillen die in de kinderjaren blijken en tot op zekere hoogte erfelijk zijn. Het gaat daarbij om zaken als de felheid waarmee op prikkels wordt gereageerd, het algemene energie‑ en activiteitsniveau en de mate van extraversie.