ijstijden

Ijstijden zijn perioden in de geologische geschiedenis waarin grote delen van het vasteland bedekt waren met landijs. De dikte ervan varieerde van 500 tot 1000 meter. In een ijstijd is de gemiddelde temperatuur zo laag dat in de zomer de grond niet meer opdooit (permafrost) en in de winter de ijslaag aangroeit. Er zijn sporen van ijstijden van ongeveer 270 miljoen jaar geleden (Perm). De meest recente ijstijden dateren uit het Kwartair; er zijn er minstens tien geweest, afgewisseld met warmere perioden, de interglacialen. Deze ijstijden zijn ontstaan door kleine veranderingen in de stand van de aarde en zijn baan rond de zon en waarschijnlijk ook door processen op de zon zelf. De eerste ijsbedekking in Nederland vond plaats ongeveer 450.000 jaar geleden (De Elsterijstijd), maar daarvan zijn maar weinig sporen in het landschap te zien. De een na laatste ijstijd (150.000 jaar geleden) bracht landijs in ons land tot de lijn Vogelenzang – Nijmegen. Doordat het landijs grond opstuwde en door de aanwezigheid van gletsjers waren de grote rivieren in ons land die oorspronkelijk naar het oosten stroomden, gedwongen af te buigen naar het zuidwesten. In de laatste ijstijd waren er geen gletsjers in ons land en heerste hier een toendraklimaat. Deze koude periode eindigde circa 10.000 jaar geleden. In de verre toekomst worden nieuwe ijstijden verwacht.
Zie ook Kleine IJstijd en Milanković.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke schilder werd bekend dankzij zijn schilderstijl die 'action-painting' wordt genoemd?


JUIST!NIET JUIST!

Jackson Pollock

Aarde, weer en klimaat > weer, klimaat en atmosfeer

klimaatverandering

Het klimaat verandert voortdurend in de loop van de geologische geschiedenis. Gedurende lange perioden in de afgelopen honderden miljoenen jaren is de aarde ijsvrij geweest, afgewisseld door perioden met veel ijs. Gedurende de laatste 10.000 jaar leven we in een betrekkelijk warme periode. Naar het oordeel van de meeste klimatologen verandert het wereldwijde klimaat nu ook door menselijk toedoen.De temperatuurtoename gedurende de afgelopen 50 jaar kan waarschijnlijk grotendeels aan de invloed van de mens worden toegeschreven. Door het broeikaseffect zou het klimaat in de loop van deze eeuw nog aanzienlijk warmer kunnen worden. Over de grootte en de regionale verdeling van deze klimaatverandering bestaat nog aanzienlijke onzekerheid, zowel door onvoldoende kennis van het klimaatsysteem als door onzekerheid over de toekomstige uitstoot van broeikasgassen. Ondanks deze onzekerheid heeft een groot aantal landen, op grond van het zogeheten Voorzorgsbeginsel, afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te beperken.
Zie ook Klimaatverdrag, Kyoto Protocol en ijstijden.
Zie ook Klimaatconferentie Kopenhagen 2009 en Klimaatakkoord van Parijs 2015.