geologische geschiedenis van de aarde

De aarde werd evenals de rest van het zonnestelsel gevormd uit een schijf van stof rond de jonge zon. In het begin was de aarde zeer heet, misschien vloeibaar, maar hij koelde snel af. De dampkring ontstond en oceanen werden gevormd. Leven in de vorm van eencelligen was er al toen de aarde 3,5 miljard jaar oud was. Van dieren met harde skeletten en schelpen zijn fossiele overblijfselen gevonden vanaf ongeveer 570 miljoen jaar geleden.
De geologische tijd wordt ingedeeld in grote hoofdtijdperken, die weer onderverdeeld worden in perioden en vervolgens in series. Klimaat, gebergtevorming en de evolutie van het leven worden in een geologische tabel weergegeven en worden gebruikt als indicatie voor een volgend tijdperk.
De hoofdtijdperken zijn het Azoïcum (tijdperk zonder leven), het Paleozoïcum (tijdperk van het 'oude' leven), van 570 tot 225 miljoen jaar geleden, het Mesozoïcum (de middentijd), van 225 tot 65 miljoen jaar geleden en het Kenozoïcum, (tijd van het 'nieuwe' leven) van 65 miljoen jaar geleden tot nu.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef over Kapitein Nemo?


JUIST!NIET JUIST!

Jules Verne

gelijkenissen

Verhalen, doorgaans aan het gewone leven ontleend, aan de hand waarvan in de bijbel een godsdienstige waarheid wordt uitgebeeld en uitgelegd. Een bekende gelijkenis uit het Oude Testament is die van het lam van de arme man (2 Samuël 12). Bekende gelijkenissen van Jezus zijn: de verloren zoon (Lucas 15), de arbeiders in de wijngaard (Mattheüs 20) en de barmhartige Samaritaan (Lucas 10).