BEKNOPTE
ENCYCLOPEDIE
VOOR DE ALGEMENE
ONTWIKKELING

Met deze knop laat u zich verrassen. Het programma kiest willekeurig een onderwerp. U kunt deze functie ook gebruiken voor een kennisquiz.

In het Rijksmuseum worden gebruiksvoorwerpen ondergebracht op de afdeling Kunstnijverheid, in het Stedelijk Museum komen ze terecht bij Toegepaste Kunst en in Museum Booijmans Van Beuningen of het Centraal Museum worden ze al naar gelang de productiewijze verzameld onder de noemer Vrije of Industriële Vormgeving. Op de Technische Universiteit leer je industrieel ontwerpen, maar op een Kunstacademie vormgeven. Veel verschillende benamingen voor op het oog dezelfde voorwerpen en hun ontstaansproces. Inmiddels is voor dit terrein en in het algemeen spraakgebruik de term ‘design' meer gangbaar.
Maar die veelheid van termen geeft wel een aardig beeld van de geschiedenis en ontwikkeling van de discipline. Het begrip ‘kunstnijverheid' betekende in de negentiende eeuw kunst toegepast op nijverheid, zoals blijkt uit het in 1877 in Haarlem opgerichte Museum van Kunst toegepast op Nijverheid. Daar werden alleen voorwerpen toegelaten waarbij ‘op het industriële product kunst was toegepast'. Het was min of meer een vertaling van ‘arts and crafts', een beweging die in Engeland was ontstaan naar aanleiding van de wereldtentoonstelling in Londen in 1851. Door deze tentoonstelling, waarop alle landen hun kunnen lieten zien, werd duidelijk waartoe industrialisatie kon leiden en dat het - op enkele uitzonderingen na - droevig was gesteld met kwaliteit en vormgeving van producten. Winstdenken en arbeidsdeling hadden geleid tot slechte kwaliteit en surrogaatproducten, en tot een degradatie van arbeid. De ideologie achter de ‘arts and crafts'-beweging - met William Morris als belangrijke pleitbezorger - was het in ere herstellen van het ambachtelijke kunnen en het plezier in de individuele inspanning. Op die manier wilde men de vervlakking van de vormgeving als gevolg van de industriële productie, tegengaan. Functie, vorm en decoratie moesten een eenheid vormen. Aanvankelijk waren het voornamelijk (sier)kunstenaars die deze decoratieve stijl een gezicht gaven.
De ‘arts and crafts'-beweging heeft een zeer grote invloed gehad in heel Europa en Amerika en op alle erop volgende stijlen, zoals art nouveau en art déco. Ook kan zij gezien worden als de bakermat van zowel industriële als vrije vormgeving.
In de twintigste eeuw leidde het tot het besef dat men door de technische ontwikkelingen niet uit het oog moest verliezen dat het van essentieel belang is een industrieel product een esthetisch bijzondere en daardoor ook commercieel aantrekkelijke vorm te geven. ‘Vormgeving moest niet iets zijn dat achteraf als omhulling of decoratie werd aangebracht.' Overal werden kunstenaars en architecten aangestoken door de drang tot vernieuwing en hervorming, een drang die nauw samenhing met de opkomst van het socialisme.
Het vormgeven van gebruiksvoorwerpen werd in de loop van de twintigste eeuw een specialisme en toen Nederland na de Tweede Wereldoorlog sterk industrialiseerde kreeg het beroep een nieuwe impuls en raakte het ingeburgerd. Zo werd in de jaren vijftig in Eindhoven de eerste opleiding in Europa gesticht: de Akademie voor Industriële Vormgeving. Sinds die tijd is het designbegrip verder verfijnd en gedifferentieerd en is een heel scala aan typen ontwerpers ontstaan.
Aan de ene kant staat de vrije vormgever die net als een beeldend kunstenaar ontwerp en vervaardiging strikt in eigen hand wenst te houden. Hiertegenover staat de ontwerper die voor de ontwikkeling van een nieuw product in een team van specialisten werkt. Hij kan sturen, maar moet ook rekening houden met technische en commerciële eisen, waardoor zijn vrijheid als vormgever afneemt.

Sinds begin jaren zeventig van de vorige eeuw is de consumptiemaatschappij onder druk komen te staan door aandacht voor het milieu en is houding van de mens tot zijn omgeving veranderd .Door de steeds harder en sneller wordende maatschappij en door ecologische omstandigheden is behoefte ontstaan aan een vormgeving met individuelere en gevoeligere eigenschappen. Functie slaat niet langer louter op de gebruikskwaliteit. Een product moet ook een belevingskwaliteit hebben om functioneel te zijn. Daarnaast krijgt een nieuwe trendgevoelige benadering veel aandacht. Indelingen in doelgroepen en levensstijlen worden bepalend voor het design. Er worden prognoses opgesteld voor smaakverandering en koopgedrag. Styling is een sleutelbegrip geworden.

Een geheel eigen plaats in dit veld neemt de grafische vormgeving in. Was het in het begin van de twintigste eeuw nog een van de vele disciplines waarmee toegepaste kunstenaars zich bezighielden, na 1945 werd het een apart specialisme. Nieuwe technieken, nieuwe media, veranderingen in de samenleving zorgen steeds opnieuw voor grafische accentverschuivingen. Toch blijven het ordenen van informatie en het vormgeven van de boodschap - zoals het ontwerpen van affiches, letters en huisstijlen, en het verzorgen van drukwerk - de hoofdzaak.

Vormgevers en producten worden in zeer uiteenlopende categorieën ingedeeld. Nu eens wordt de functie als indelingsprincipe gehanteerd, dan weer het materiaal of het productieproces. Maar in alle gevallen blijft de vorm - het uiterlijk - de essentie van vormgeving. Deze esthetische en stilistische - kunsthistorische - benadering was dan ook het uitgangspunt bij het samenstellen van dit hoofdstuk.

 Hester Wolters


Volg CultureelWoordenboek.nl:



Gratis maar niet voor niks
De inhoud van het Cultureel Woordenboek is gratis, want de schrijvers worden niet betaald. Maar hosting en webbeheer krijgen we niet voor niks. We hebben dus wat financiële steun nodig. Wordt onze helpende vriend en maak € 12 (of meer) over. Hoe?
Kijk onder Vriend worden?

paginatop