sociale grondrechten

In tegenstelling tot de klassieke grondrechten, die vereisen dat de staat zich onthoudt van bemoeienis – bijvoorbeeld de persoonlijke levenssfeer eerbiedigt – vereisen sociale grondrechten dat de staat zich juist wél met de burger bemoeit. Voorbeelden zijn het recht op arbeid, huisvesting en gezondheid. Deze zijn minder hard af te dwingen dan de klassieke grondrechten.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.