theaterruimte

De ruimte waarin publiek en acteurs zich bevinden is door de eeuwen heen nogal veranderd. Sinds de Renaissance speelt en kijkt men vooral binnenshuis. In de vorm van de ruimte zijn 2 hoofdsoorten te onderscheiden: een ruimte waarin publiek en acteurs van elkaar gescheiden zijn (schouwburg, ook grote zaal genoemd) en waar men via een omlijsting naar de acteurs kijkt (een lijsttoneel); en de zogeheten vlakke‑vloertheaters, waarin acteurs en publiek zich in één ruimte bevinden en de toeschouwers meestal op een tribune zitten. Dit type theater wordt ook wel aangeduid met middenzaal, kleine zaal of studiotheater. Generaliserend kan men zeggen dat lijsttonelen stammen uit de tijd waarin theatermakers wilden suggereren dat men via een 'vierde wand' naar de werkelijkheid keek. In vlakke‑vloerzalen kan die afspraak gemakkelijker in twijfel worden getrokken. Het theater van de afgelopen decennia heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt. Daarnaast worden ook bestaande gebouwen als theater gebruikt, waarbij men de specifieke eigenschappen en sfeer van de ruimte benut: locatietheater.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke film is geen verfilming van een eerder verschenen boek?


JUIST!NIET JUIST!

The Matrix (1999)

logica

De leer van het juiste redeneren, waarbij men onderzoekt onder welke omstandigheden redeneringen geldig zijn. De inhoud van de uitspraken waaruit die redeneringen zijn opgebouwd, speelt daarbij geen rol (formele logica). Aristoteles was de eerste filosoof die de logica systematiseerde, waarbij hij zich concentreerde op het syllogisme. De moderne logica is geen onderdeel meer van de filosofie, maar vormt een tak van de wiskunde en valt voor sommige logici zelfs samen met de wiskunde.