theaterruimte

De ruimte waarin publiek en acteurs zich bevinden is door de eeuwen heen nogal veranderd. Sinds de Renaissance speelt en kijkt men vooral binnenshuis. In de vorm van de ruimte zijn 2 hoofdsoorten te onderscheiden: een ruimte waarin publiek en acteurs van elkaar gescheiden zijn (schouwburg, ook grote zaal genoemd) en waar men via een omlijsting naar de acteurs kijkt (een lijsttoneel); en de zogeheten vlakke‑vloertheaters, waarin acteurs en publiek zich in één ruimte bevinden en de toeschouwers meestal op een tribune zitten. Dit type theater wordt ook wel aangeduid met middenzaal, kleine zaal of studiotheater. Generaliserend kan men zeggen dat lijsttonelen stammen uit de tijd waarin theatermakers wilden suggereren dat men via een ‘vierde wand’ naar de werkelijkheid keek. In vlakke‑vloerzalen kan die afspraak gemakkelijker in twijfel worden getrokken. Het theater van de afgelopen decennia heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt. Daarnaast worden ook bestaande gebouwen als theater gebruikt, waarbij men de specifieke eigenschappen en sfeer van de ruimte benut: locatietheater.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie regisseerde(n) de film Pulp Fiction (1994)?


JUIST!NIET JUIST!

Quentin Tarantino

tapijt van Bayeux

In de tweede helft van de elfde eeuw (na de slag bij Hastings,1066) geborduurd wandkleed (ten onrechte tapijt genoemd) van 70 meter lang en 50 cm hoog. Het beeldt de voorbereiding uit voor de overtocht naar en de verovering van Engeland door hertog Willem van Normandië. Op het wandkleed zien we hoe de Engelse graaf Harold een eed van trouw zweert aan hertog Willem, die echter zelf zijn zinnen op Engeland gezet had.
Harold liet zich niettemin tot koning kronen. Dus verbrak hij zijn eed. Overduidelijk wordt op het kleed getoond hoe deze eedbreuk door God gestraft wordt: Harold wordt bij Hastings door Willem verslagen en sneuvelt.
Over het ontstaan van het kleed is weinig bekend, vroeger dacht men dat Willems echtgenote, Mathilda, de opdrachtgeefster was; tegenwoordig ziet men Odo, bisschop van Bayeux en halfbroer van hertog Willem, als de degene die het initiatief nam, overigens zonder harde bewijzen. Het borduurwerk is zeer levendig en geeft bovendien allerlei interessante details over het leven van de elfde- eeuwse krijgers (ridders). (PL)