poëtica

Invloedrijk systeem van regels voor het geschreven drama (komedie en tragedie) van de Griekse denker Aristoteles (384‑322 v.Chr.). Hij schreef de poëtica tegen de autoriteit van zijn leermeester Plato, die tragedies wilde verbieden omdat ze onmannelijke en zwakke gevoelens opriepen. Kernbegrippen zijn onder andere catharsis en de 3 eenheden: van tijd, plaats en handeling. Dit laatste wil zeggen dat het drama zich binnen 24 uur dient af te spelen, op één enkele locatie en met een beperkt aantal personages dat de handeling draagt. Catharsis is de loutering die het publiek ervaart na vol angst te hebben meegeleefd met het lot van de held of heldin van een tragedie.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.