poëtica

Invloedrijk systeem van regels voor het geschreven drama (komedie en tragedie) van de Griekse denker Aristoteles (384‑322 v.Chr.). Hij schreef de poëtica tegen de autoriteit van zijn leermeester Plato, die tragedies wilde verbieden omdat ze onmannelijke en zwakke gevoelens opriepen. Kernbegrippen zijn onder andere catharsis en de 3 eenheden: van tijd, plaats en handeling. Dit laatste wil zeggen dat het drama zich binnen 24 uur dient af te spelen, op één enkele locatie en met een beperkt aantal personages dat de handeling draagt. Catharsis is de loutering die het publiek ervaart na vol angst te hebben meegeleefd met het lot van de held of heldin van een tragedie.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

migratie

Trek van mensen vanuit een land naar een ander land. In sommige gevallen is migratie door het ontvangende land bevorderd omdat behoefte aan meer arbeidskrachten in bepaalde sectoren bestond. In andere gevallen wordt migratie ontmoedigd, bijvoorbeeld wegens reeds bestaande bevolkingsdichtheid.
Zie ook
asiel en bootvluchteling.