computertaalkunde

Vakgebied op de grens tussen linguïstiek en informatica, dat zich vooral bezighoudt met de automatische verwerking van natuurlijke taal, en verder hand- en spandiensten op het gebied van automatisering verricht voor andere deelgebieden van de taalkunde. De belangrijkste deelgebieden zijn automatische spraakherkenning en spraaksynthese (respectievelijk het omzetten van gesproken taal in een vorm van tekst en andersom), en automatisch ontleden en vertalen. De resultaten zijn vooralsnog bescheiden; de beste prestaties worden geboekt bij spraakherkenning en -synthese. Hoewel al sinds 1945 beloofd wordt dat de vertaalcomputer binnen vijf jaar bestaat, is het begrijpen van taal nog altijd veel te moeilijk. Wel kunnen sommige systemen redelijk adequaat reageren op losse gesproken woorden (stembesturing). Op heel beperkte terreinen, bijvoorbeeld informatie over treinverkeer of de afhandeling van bezorgklachten bij kranten, zijn er zelfs systemen die trefwoorden (plaatsnamen, tijden, namen van dagen, postcodes) uit lopende spraak kunnen vissen en zo effectief reageren dat de illusie ontstaat dat de computer je begrijpt.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.