hechtingstheorie

Theorie over de aard van de relatie die zich in het eerste levensjaar vormt tussen moeder, vader, en eventueel andere vaste verzorg(st)er enerzijds en kind anderzijds. Deze hechtingsrelatie kan voor het kind een veilig of onveilig karakter krijgen, afhankelijk van de instelling en het gedrag van de verzorgende ouder. Een veilig gehecht kind gaat veel vrijer op onderzoek uit dan een onveilig gehecht kind. Het laat zich na scheiding van de moeder (of andere hechtingsfiguur) sneller troosten, omdat het een sterker vertrouwen in haar terugkeer en beschikbaarheid heeft. Veel onderzoek is gericht op de vraag hoe duurzaam zo'n relatie is: bij wat voor kinderen en onder welke omstandigheden kan een onveilige hechtingsrelatie in een veilige veranderen en omgekeerd?

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.