röntgenstraling

Vorm van elektromagnetische straling met een frequentie hoger dan die van ultraviolette straling, genoemd naar de ontdekker, de Duitse fysicus Wilhelm C. Röntgen (1845-1923). Röntgenstraling heeft een groot doordringend vermogen en maakt fotografische film zwart; deze straling vindt daardoor een ruime toepassing in de geneeskunde en techniek. Naarmate de atomen in een materiaal zwaarder zijn, is de doorlaatbaarheid van dat materiaal voor röntgenstraling geringer. Daardoor ontstaat contrast in de röntgenfoto dat het mogelijk maakt om bijvoorbeeld botten van zacht weefsel te onderscheiden.
Zie ook luminescentie en röntgenstraling in het hoofdstuk Levenswetenschappen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie werd in het bijbelboek Genisis verkocht door zijn broers en kwam in Egypte terecht?


JUIST!NIET JUIST!

Jozef de aartsvader

temperamenten

Oorspronkelijk de naam voor vier persoonlijkheidstypen die al in de Oudheid onderscheiden werden: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament. Tegenwoordig de naam voor persoonlijkheidsverschillen die in de kinderjaren blijken en tot op zekere hoogte erfelijk zijn. Het gaat daarbij om zaken als de felheid waarmee op prikkels wordt gereageerd, het algemene energie‑ en activiteitsniveau en de mate van extraversie.