Thor

(Germaans: Donar) In de Noord-Europese mythologie de zoon van Odin en Fjorgyn. Hij was een god van de vruchtbaarheid en de donder. Hij stond voor ordeschepper tegenover de chaos. Het onweer werd veroorzaakt door zijn wagen, waarmee hij door de hemel reed. Als kind al was hij sterk, en daarnaast moeilijk opvoedbaar. Daarom werd hij opgevoed door twee bliksemgeesten, Vingir en Hlora. Hij groeide uit tot een enorme man, bijna een reus, met dezelfde kracht, en zijn hamer Mjöllnir maakte hem nog sterker. Met zijn hamer die altijd doel trof en dan weer in zijn hand terugkwam, vocht hij tegen reuzen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Tegen welke ziekte zijn kinderen niet ingeënt na een DKTP-inenting?


JUIST!NIET JUIST!

pokken

altruïsme

Voortdurende gerichtheid op het welzijn van anderen, vaak met opoffering of verwaarlozing van eigen belang en eigen welzijn. In tegenstelling tot egoïsme. In zwakkere vorm: altruïstische neigingen.