radioactiviteit

Radioactiviteit is ioniserende straling die vrijkomt bij het verval van instabiele atoomkernen van een radioactieve stof. Die straling bestaande uit nucleonen (positief geladen protonen of ongeladen neutronen = alfastraling) elektronen (negatief geladen = betastraling) en of hoogenergetische elektromagnetische golven (röntgenstraling, gammastraling), kan schade berokkenen aan levend weefsel door de verbindingen tussen atomen in de moleculen van cellen te verbreken. Ook is het mogelijk dat de straling het karakter van de atomen zelf verandert. Gammastraling heeft een groter doordringend vermogen dan alfa- en betastraling en is ook de meest schadelijke straling. Dit soort schade kan de manier van functioneren van een cel veranderen of de cel zelfs doden. Alhoewel cellen zichzelf onder normale omstandigheden kunnen herstellen, zijn ze niet tegen zware schade of aantasting van vitale celstructuren bestand.

Niet alle organen zijn even gevoelig voor straling en de effecten daarvan. De cellen die zich in het proces van snelle groei en deling bevinden - zoals de cellen van een embryo of van een klein kind, de cellen in de binnenwand van het darmkanaal, beenmergcellen en voortplantingscellen - zijn het meest gevoelig.

Zie ook radioactiviteit in het hoofdstuk Natuurkunde, Scheikunde en Sterrenkunde.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie werd in het bijbelboek Genisis verkocht door zijn broers en kwam in Egypte terecht?


JUIST!NIET JUIST!

Jozef de aartsvader

temperamenten

Oorspronkelijk de naam voor vier persoonlijkheidstypen die al in de Oudheid onderscheiden werden: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament. Tegenwoordig de naam voor persoonlijkheidsverschillen die in de kinderjaren blijken en tot op zekere hoogte erfelijk zijn. Het gaat daarbij om zaken als de felheid waarmee op prikkels wordt gereageerd, het algemene energie‑ en activiteitsniveau en de mate van extraversie.