radioactiviteit

Ioniserende straling die vrijkomt bij het verval van instabiele atoomkernen van een radioactieve stof. Die straling bestaande uit nucleonen (positief geladen protonen of ongeladen neutronen = alfastraling) elektronen (negatief geladen = betastraling) en of hoogenergetische elektromagnetische golven (röntgenstraling, gammastraling), kan schade berokkenen aan levend weefsel door de verbindingen tussen atomen in de moleculen van cellen te verbreken. Ook is het mogelijk dat de straling het karakter van de atomen zelf verandert. Gammastraling heeft een groter doordringend vermogen dan alfa- en betastraling en is ook de meest schadelijke straling. Dit soort schade kan de manier van functioneren van een cel veranderen of de cel zelfs doden. Alhoewel cellen zichzelf onder normale omstandigheden kunnen herstellen, zijn ze niet tegen zware schade of aantasting van vitale celstructuren bestand.
Niet alle organen zijn even gevoelig voor straling en de effecten daarvan. De cellen die zich in het proces van snelle groei en deling bevinden - zoals de cellen van een embryo of van een klein kind, de cellen in de binnenwand van het darmkanaal, beenmergcellen en voortplantingscellen - zijn het meest gevoelig.

Zie ook radioactiviteit in het hoofdstuk Natuurkunde, Scheikunde en Sterrenkunde.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Geen slapende ... wakker maken. Welk dier moet je niet wakker maken?


JUIST!NIET JUIST!

hond

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.