Herman Boerhaave

Herman Boerhaave (1668-1738) was in Europa de beroemdste medicus in zijn tijd. Hij werd geboren als zoon van een predikant in het dichtbij Leiden gelegen dorpje Voorhout. Na eerst gepromoveerd te zijn in de wijsbegeerte begon hij zijn studie in de geneeskunde, om zogezegd de zorg voor ziel en lichaam te kunnen combineren. Hij was gewend uit boeken te studeren en volbracht zijn medische studie vrijwel geheel zonder college te lopen. Vandaar dat men hem ook wel een autodidact noemt. Drie jaar later verdedigde hij zijn tweede proefschrift, nu niet in Leiden, maar in Harderwijk, waar promoveren goedkoper was. Hij vestigde zich vervolgens als arts in Leiden en kreeg in 1701 een lectoraat aangeboden in de theorie der geneeskunde. In 1709 volgde zijn benoeming tot hoogleraar in de genees- en de plantkunde. Daarmee werd ook het onderwijs in de kruidkunde en de zorg over de Hortus Botanicus aan hem toevertrouwd. Vanaf 1713 was hij als hoogleraar in de klinische wetenschap werkzaam in het St. Caecilia gasthuis. Dergelijk onderwijs aan het ziekbed werd destijds vrijwel alleen in Leiden gegeven. Voor dit doel was een zaal met zes mannen- en zes vrouwenbedden ingericht. Zijn onderwijsmethoden waren zo vermaard dat studenten uit geheel Europa naar hem toekwamen. Ongeveer de helft van zijn toehoorders bestond uit buitenlanders. Een derde leerstoel, in de chemie, kreeg hij er in 1718 bij. Ook in dit vak blonk hij uit.. Zijn klinische lessen bleef hij voortzetten tot kort voor zijn dood.

In de vermaarde Encyclopédie van Diderot en d'Alembert , monument van de Verlichting, heeft de chevalier de Jaucourt een heel lang en bewonderend artikel aan Boerhaave gewijd. Omdat deze encyclopedie geen biografieën plaatste deed de Jaucourt dit stiekem, in een artikel gewijd aan Boerhaaves geboortedorp Voorhout

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welk meisje was zo mooi dat ze de jaloezie van Afrodite opwekte?


JUIST!NIET JUIST!

Psyche

mensenrechten

De eeuwige, onvervreemdbare rechten van de mens op grond van zijn plaats in de natuur, die door elke overheid erkend en geëerbiedigd moeten worden. Van deze rechten is al sprake in de filosofie van de Oudheid en in de Christelijke politieke theorie van de Middeleeuwen.
De eerste moderne formulering van de rechten van de mens vinden we in het tweede Treatise of Government (1690) van John Locke. In 1776 werden ze door het Congres van de Verenigde Staten erkend als de grondbeginselen van het staatsrecht en klassiek verwoord in de Declaration of Independence ('life','liberty' en 'the pursuit of happiness').
Ook de Franse Revolutie van 1789 begon met een soortgelijke verklaring: Déclaration des droits de l'homme et du citoyen.
Op 10 december 1948 werd door de algemene vergadering van de Verenigde Naties De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aanvaard. Op grond hiervan kunnen overheden ter verantwoording worden geroepen, zoals gebeurt in internationale straftribunalen.