griep

Synoniem voor griep is influenza. Griep is een acute infectieziekte van de slijmvliezen van de luchtwegen, die je krijgt door besmetting met het influenzavirus. Elk jaar krijgt gemiddeld ongeveer één op de tien mensen griep, meestal in de winter. Als veel mensen tegelijk griep hebben, spreekt men van een epidemie. Griep is meer dan verkoudheid. Bij een echte griep ben je meestal flink ziek. Je voelt je plotseling niet lekker, je hebt koorts, overal pijn (keelpijn, hoofdpijn en spierpijn) en heb je net als bij verkoudheid, last van hoesten en slijmproductie.

Griep is een besmettelijke ziekte die zich snel verspreidt. Het virus zit in druppeltjes slijm en speeksel en wordt gemakkelijk via de lucht of via de handen overgedragen. Bijvoorbeeld door hoesten, niezen of praten, of door iemand een hand te geven. De klachten gaan meestal na enkele dagen vanzelf over, maar kan bij ouderen, mensen met verminderde weerstand of mensen met hart- en longproblemen heftig en soms zelfs dodelijk verlopen. Dat laatste gebeurt bij zo'n 200 tot 1000 personen per jaar.
Deze risicogroepen wordt dan ook altijd aangeraden zich jaarlijks tegen griep te laten inenten. Dat geldt ook voor de Mexicaanse griep, een nieuwe griepvariant. De verwekker hiervan, het nieuwe Influenza A (H1N1) gedraagt zich niet heel anders dan het 'gewone' griepvirus en geeft ongeveer dezelfde verschijnselen. Het vaccin tegen Mexicaanse griep bestaat uit twee prikken. Het vaccin vervangt het gewone griepvaccin niet. Wie zichzelf dus tegen alles wil beschermen heeft drie griepprikken nodig.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welk volk in Midden/Zuid-Amerika stond bekend om hun astronomische kennis en piramides?


JUIST!NIET JUIST!

Maya's

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.