darwinisme

De naar de bioloog Charles Darwin (1809-1882) genoemde leer die de ontwikkeling van de soorten (de evolutie) ziet als de uitkomst van onderlinge strijd om het bestaan tussen de individuen binnen een soort, waardoor de best aangepasten overleven (survival of the fittest). De leer is gebaseerd op drie vooronderstellingen: de overproductie van nakomelingen, de geleidelijke verandering van de soorten en de erfelijkheid van eigenschappen. Het darwinisme gaat er bovendien van uit dat de evolutie zich niet volgens een vooropgezet plan voltrekt, maar geregeerd wordt door toeval (namelijk de toevallige mutaties (veranderingen) in het genetisch materiaal). Daarmee is het darwinisme een geduchte concurrent van het fundamentalistische christendom, dat alle doelmatigheid en alle vooruitgang direct toeschrijft aan de goedertierenheid van het opperwezen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke filosoof is de grondstelling Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben)?


JUIST!NIET JUIST!

Descartes

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.