Anton Tsjechov

(1860-1904) Russische schrijver van ironische psychologische korte verhalen, vaak met een open eind ('De dame met het hondje', 1899), en bekend om toneelstukken als De meeuw (1896), Oom Vanja (1897), Drie zusters (1901) en De kersentuin (1904), die meer op de psychologie van de hoofdpersonen dan op conflict en handeling zijn gericht. Tsjechov studeerde medicijnen en was daarna werkzaam als arts, waarbij hij zelf leed aan Tuberculose en voor het heilzame klimaat naar de kust van de Zwarte Zee moest verhuizen. Hij had een scherp oog voor de sociale misstanden in het Rusland van zijn tijd, en hekelde in zijn toneelstukken de apatische levenshouding van de verarmde landadel. Deze besluiteloosheid en lusteloosheid stelde hij tegenover de machteloosheid en armoede van de boeren, de voormalige lijfeigenen van diezelfde grootgrondbezitters.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wat was in vroegere tijden een symbool van gastvrijheid?


JUIST!NIET JUIST!

ananas

Mythologie > Grieks-Romeins

Narcissus

In de Griekse mythologie een schitterende jongeling op wie iedereen verliefd werd. Zo ook de nimf Echo. Hij beantwoordde haar liefde niet, waarop Echo wegkwijnde en alleen haar klagende stem overbleef. Alle afgewezen meisjes smeekten om wraak, en óf de wraakgodin Nemesis óf de godin van de liefde Afrodite, verhoorde hun bede. Toen Narcissus zich over een beek heen boog, werd hij verliefd op zijn spiegelbeeld. Uiterard tevergeefs. Hij kwijnde weg en stierf. Hier groeide later de narcis.
Het verhaal van Narcissus is vooral bekend van Ovidius, die deze Griekse mythe in zijn dichtwerk Metamorfosen heeft overgeleverd.
Zie ook narcisme.