informele kunst

Term in 1950 geformuleerd door de Franse kunstcriticus Michel Tapié om de vrije spontane veelal abstracte schilderkunst aan te duiden die zich op dat moment in Parijs en elders in Europa, maar ook in Amerika ontwikkelde, en die in de jaren vijftig een hoogtepunt beleefde. Zijn doel was deze kunstvorm te onderscheiden van de in die tijd in Parijs dominerende geometrische abstractie. Internationaal bleef de term vooral voor de Europese tak (waar ook Cobra onder valt) bestaan. Een onderdeel van informele kunst is de zogenaamde materieschilderkunst, waarbij kunstenaars de verf zeer dik opbrengen of deze zelfs mengen met andere materialen als zand en gips.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke filosoof is de grondstelling Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben)?


JUIST!NIET JUIST!

Descartes

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.