verhaspelen

Verwarren, bederven, verknoeien, vervormen.'Ze verhaspelde wat ze over de radio had horen zeggen zodat er geen touw meer aan vast te knopen was.'

Ook: verhaspeling. Bijvoorbeeld - goedbedoeld of voor de grap - van twee spreekwoorden: 'Een kruik gaat zolang te water tot de put gedempt is.'
Haspelen betekent oorspronkelijk het opwinden op een haspel. Een haspel is een klos om een snoer of touw op te winden. Hierbij kan het touw in de knoop raken.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie van deze drie mannen uit het Oude Testament is een aartsvader?


JUIST!NIET JUIST!

Abraham

causaliteit

De verhouding tussen twee dingen of gebeurtenissen, waarbij het ene oorzaak is en het andere gevolg. Gedurende vrijwel de gehele geschiedenis van de filosofie is erover gestreden of causaliteit méér is - bijvoorbeeld een door God geschapen kracht - dan de constant waargenomen opeenvolging van twee gebeurtenissen, op grond waarvan men concludeert dat de eerste gebeurtenis de oorzaak is van de tweede.