nationaal-socialisme

Duitse variant van het fascisme, dat grotendeels zijn wortels heeft in de politieke onrust en de economische problemen na de Eerste Wereldoorlog. De National-Sozialistische Deutsche Arbeiter Partei (NSDAP) veroverde in 1933 onder aanvoering van Adolf Hitler de macht door politiek manoeuvreren en terreur.
Het nationaal-socialisme kent geen vaste, samenhangende leer, maar is opgebouwd uit verschillende elementen. Belangrijk zijn de verering van geweld en het geloof in de superioriteit van het Germaanse ras. Uit deze laatste gedachte volgde enerzijds de eis tot Lebensraum voor het Duitse volk en samenvoeging van Duitssprekende volken in de Duitse staat (Heim ins Reich-gedachte) en anderzijds vernietiging (Joden) of dienstbaarheid (Slaven) van andere volken. De geweldscultus kreeg gestalte in paramilitaire en militaire organisaties als de SA (Sturmabteilung) en de SS (Schutzstaffel).
Zie ook
Goebbels, Göring, Holocaust en Tweede Wereldoorlog.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef de teksten voor de tv-serie Ja zuster, nee zuster?


JUIST!NIET JUIST!

Annie M.G. Schmidt

etnocentrisme

Denk‑ en gedragswijze, gekenmerkt door onmacht of onwil zich te verplaatsen in de normen, waarden, motieven, belangen, opvattingen, gewoonten enzovoort van mensen behorend tot een andere dan de eigen samenleving.
Zie ook
autoritaire persoonlijkheid.