Olympische Spelen 1928

De olympische zomerspelen van 1928 werden in Amsterdam gehouden. Voor dat doel werd begin 1926 begonnen met de bouw van een voor die tijd heel modern stadion in een drassig veengebied. Het ontwerp was van de architect Jan Wils. Het stadion bood plaats aan 30.000 toeschouwers. In 1938 werd een tweede en hogere ring met tribunes toegevoegd waardoor er ruim twee keer zoveel plaatsen voor toeschouwers kwamen.
Bij de spelen van '28 werd voor het eerst in de geschiedenis van de spelen een olympische (gas)vlam ontstoken, maar nog zonder een voorafgaande estafette met een brandende fakkel. Die kwam er pas bij de spelen van 1936 in Berlijn. Ook voor het eerst waren er atletiek en gymnastiekwedstrijden voor vrouwen.
De Nederlandse heren haalden gouden medailles bij boksen (Bep van Klaveren), wielrennen (op tandem) en paardensport; de dames bij zwemmen (Marie Braun) en turnen (het hele team). Zilver was er onder andere voor het heren hockeyteam.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef in 1654 het treurspel Lucifer?


JUIST!NIET JUIST!

Vondel

Renaissance

Europese cultuurperiode van ongeveer 1450 tot ongeveer 1600 die zich onderscheidde van de Middeleeuwen door een meer op de mens en wereld gerichte levenshouding en een onbegrensd vertrouwen in het menselijke kunnen ('virtù'). Ook tijdgenoten waren zich ervan bewust dat hun tijd verschilde van de door hen als barbaars bestempelde Middeleeuwen. Zij lieten zich inspireren door de klassieke cultuur, die zij mateloos bewonderden. De Renaissance begon in Italië en zou omstreeks 1500 in de rest van Europa doordringen.
Zie ook Renaissance en humanisme.