nieuwe politieke partijen

1901: Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB), in 1946 met de SDAP opgegaan in de Partij van de Arbeid.

1908: Christelijk-Historische Unie (CHU), in 1980 met de Antirevolutionaire Partij (ARP) en de Katholieke Volkspartij KVP) opgegaan in het CDA.

1909: Sociaal-Democratische Partij (SDP) een Marxistische afsplitsing van de SDAP, in 1918 omgedoopt in Communistische Partij Holland (CPH) en in 1929 tot Communistische Partij van Nederland.

1926: Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP), in 1946 omgevormd tot Katholieke Volkspartij (KVP)

1931: Nationaal Socialistische Beweging (NSB)

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.