Noordhollandsch kanaal

De vaart met grote zeilschepen over de Zuiderzee, van en naar de havens van Amsterdam, Edam, Harderwijk, Hoorn, Stavoren, Workum, enzovoorts, had in de zeventiende eeuw veel welvaart gebracht. Maar de Zuiderzee was door zijn ondiepten verraderlijk, de zandbanken werden door de stroming verplaatst en vooral bij laag water werd de doorvaart van en naar Amsterdam steeds moeilijker. Voor het eilandje Pampus was de zee zelfs zo ondiep dat de vrachten voor Amsterdam daar op kleinere schepen moesten worden overgeladen.
Daarom werd besloten een kanaal van Amsterdam naar de Noordzee te graven. Eerst werd dat het 75 km lange 'Noordhollandsch' kanaal naar DenHelder waarbij onder andere gebruik gemaakt kon worden van gedeelten van de ringvaarten van de Beemster en de Schermer. Eind 1824 voer er het eerste grote zeilschip doorheen naar zee, ‘gejaagd’ door acht paarden.
Maar al gauw werd het kanaal te klein voor de steeds talrijker en grotere schepen waarbij ook de kosten van het jagen over die lange afstand hoog waren. Daarom werd in 1862 besloten tot uitvoering van een al uit 1772 stammend plan om de duinen bij Beverwijk te doorgraven: het het veel kortere Noordzeekanaal kwam tot stand.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie regisseerde(n) de film Pulp Fiction (1994)?


JUIST!NIET JUIST!

Quentin Tarantino

tapijt van Bayeux

In de tweede helft van de elfde eeuw (na de slag bij Hastings,1066) geborduurd wandkleed (ten onrechte tapijt genoemd) van 70 meter lang en 50 cm hoog. Het beeldt de voorbereiding uit voor de overtocht naar en de verovering van Engeland door hertog Willem van Normandië. Op het wandkleed zien we hoe de Engelse graaf Harold een eed van trouw zweert aan hertog Willem, die echter zelf zijn zinnen op Engeland gezet had.
Harold liet zich niettemin tot koning kronen. Dus verbrak hij zijn eed. Overduidelijk wordt op het kleed getoond hoe deze eedbreuk door God gestraft wordt: Harold wordt bij Hastings door Willem verslagen en sneuvelt.
Over het ontstaan van het kleed is weinig bekend, vroeger dacht men dat Willems echtgenote, Mathilda, de opdrachtgeefster was; tegenwoordig ziet men Odo, bisschop van Bayeux en halfbroer van hertog Willem, als de degene die het initiatief nam, overigens zonder harde bewijzen. Het borduurwerk is zeer levendig en geeft bovendien allerlei interessante details over het leven van de elfde- eeuwse krijgers (ridders). (PL)