Noordhollandsch kanaal

De vaart met grote zeilschepen over de Zuiderzee, van en naar de havens van Amsterdam, Edam, Harderwijk, Hoorn, Stavoren, Workum, enzovoorts, had in de zeventiende eeuw veel welvaart gebracht. Maar de Zuiderzee was door zijn ondiepten verraderlijk, de zandbanken werden door de stroming verplaatst en vooral bij laag water werd de doorvaart van en naar Amsterdam steeds moeilijker. Voor het eilandje Pampus was de zee zelfs zo ondiep dat de vrachten voor Amsterdam daar op kleinere schepen moesten worden overgeladen.
Daarom werd besloten een kanaal van Amsterdam naar de Noordzee te graven. Eerst werd dat het 75 km lange 'Noordhollandsch' kanaal naar DenHelder waarbij onder andere gebruik gemaakt kon worden van gedeelten van de ringvaarten van de Beemster en de Schermer. Eind 1824 voer er het eerste grote zeilschip doorheen naar zee, 'gejaagd' door acht paarden.
Maar al gauw werd het kanaal te klein voor de steeds talrijker en grotere schepen waarbij ook de kosten van het jagen over die lange afstand hoog waren. Daarom werd in 1862 besloten tot uitvoering van een al uit 1772 stammend plan om de duinen bij Beverwijk te doorgraven: het het veel kortere Noordzeekanaal kwam tot stand.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke filosofische stroming is met name door Jean-Paul Sartre vormgegeven?


JUIST!NIET JUIST!

existentialisme

gelijkenissen

Verhalen, doorgaans aan het gewone leven ontleend, aan de hand waarvan in de bijbel een godsdienstige waarheid wordt uitgebeeld en uitgelegd. Een bekende gelijkenis uit het Oude Testament is die van het lam van de arme man (2 Samuël 12). Bekende gelijkenissen van Jezus zijn: de verloren zoon (Lucas 15), de arbeiders in de wijngaard (Mattheüs 20) en de barmhartige Samaritaan (Lucas 10).