Victoria

(1819-1901) Engelse koningin (1837-1901). Gedurende haar regering ontwikkelde Engeland zich tot een industriële en imperialistische mogendheid. Met Victorianisme wordt het grote Engelse zelfbewustzijn uit deze periode aangeduid, maar eveneens de aan Victoria's opvattingen ontleende zeden en fatsoensnormen. Victoriaans betekent vaak ook schijnheilig.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uit welke grondsoort werd vroeger turf gewonnen?


JUIST!NIET JUIST!

veen

hoofsheid

Aan de hoven ontstane ridderlijke gedragscode waarbij zelfbeheersing en dienstbaarheid aan vrouw, heer en kerk de hoofdrol speelden. Hoofse liefde was de ridderlijke bewondering voor een voor hem onbereikbare vrouw. Aan haar droeg hij bijvoorbeeld zijn overwinningen op.