Victoria

(1819-1901) Engelse koningin (1837-1901). Gedurende haar regering ontwikkelde Engeland zich tot een industriële en imperialistische mogendheid. Met Victorianisme wordt het grote Engelse zelfbewustzijn uit deze periode aangeduid, maar eveneens de aan Victoria's opvattingen ontleende zeden en fatsoensnormen. Victoriaans betekent vaak ook schijnheilig.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Door wie laten kunstenaars zich graag inspireren?


JUIST!NIET JUIST!

Muzen

parlementaire democratie

Regeringsvorm waarin de wetgevende macht ligt bij een door middel van vrije verkiezingen gekozen vertegenwoordigers van de burgerij. De uitvoerende macht ligt bij de regering die verantwoording aflegt aan dit gekozen parlement. Burgers nemen dus alleen indirect en niet rechtstreeks deel aan de besluitvorming.