Nederland: Zuiderzeewerken

Afsluiting en gedeeltelijke drooglegging van de Zuiderzee, een grote binnenzee die zich uitstrekte van de Waddeneilanden in het noorden tot de Veluwe in het zuiden, en van Noord-Holland in het westen tot Friesland en Overijssel in het oosten. Het doel was een eind te maken aan de vele overstromingen in het binnenland, en het winnen van landbouwgrond.
De eerste stap was de afsluiting aan de noordkant door aanleg van de Afsluitdijk (1932). Daarmee werd de Zuiderzee een meer: het IJsselmeer. De drooggelegde polders heten nu de Wieringermeer, de Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland. Als laatste werd in 1976 de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad voltooid. De inpoldering van het zo ontstane Markermeer is niet doorgegaan. Het geheel werd bedacht door Cornelis Lely (1854 – 1929). Naar hem is Lelystad genoemd.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke kunstenaar behoorde niet tot de Cobragroep?


JUIST!NIET JUIST!

Kees van Dongen

tapijt van Bayeux

In de tweede helft van de elfde eeuw (na de slag bij Hastings,1066) geborduurd wandkleed (ten onrechte tapijt genoemd) van 70 meter lang en 50 cm hoog. Het beeldt de voorbereiding uit voor de overtocht naar en de verovering van Engeland door hertog Willem van Normandië. Op het wandkleed zien we hoe de Engelse graaf Harold een eed van trouw zweert aan hertog Willem, die echter zelf zijn zinnen op Engeland gezet had.
Harold liet zich niettemin tot koning kronen. Dus verbrak hij zijn eed. Overduidelijk wordt op het kleed getoond hoe deze eedbreuk door God gestraft wordt: Harold wordt bij Hastings door Willem verslagen en sneuvelt.
Over het ontstaan van het kleed is weinig bekend, vroeger dacht men dat Willems echtgenote, Mathilda, de opdrachtgeefster was; tegenwoordig ziet men Odo, bisschop van Bayeux en halfbroer van hertog Willem, als de degene die het initiatief nam, overigens zonder harde bewijzen. Het borduurwerk is zeer levendig en geeft bovendien allerlei interessante details over het leven van de elfde- eeuwse krijgers (ridders). (PL)