fotomusea

In Nederland zijn er sinds 1910 diverse initiatieven geweest om te komen tot de oprichting van een fotomuseum. Door verwerving van de collectie van de amateurfotograaf Auguste Grégoire voor het Prentenkabinet van de Rijksuniversiteit Leiden legde professor H. van de Waal in 1953 de basis voor de eerste openbare collectie fotografie als artistiek medium. Vanaf 1958 begon ook het Stedelijk Museum Amsterdam fotografie te verzamelen en in 1994 volgde het Rijksmuseum na overdracht door de Staat van de eerder verworven collecties van Bert Hartkamp en Willem Diepraam. Mede gestimuleerd door de bekendmaking in 1997 van het legaat van Hein Wertheimer voor de oprichting van een Nederlands fotomuseum volgden nieuwe initiatieven elkaar in hoog tempo op: Huis Marseille van de particuliere De Pont Stichting (1999), FOAM (2001) in Amsterdam en Fotomuseum Den Haag (2002). In Rotterdam sloegen het Nederlands Fotoarchief, het Nederlands Foto Instituut en het Nationaal Fotorestauratie Atelier in 2003 de handen ineen onder de naam Nederlands Fotomuseum en de jaarlijkse opbrengst uit het Wertheimer-legaat werd voor drie jaar aan dit museum toegekend.
Zie ook amateurfotografie.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie regisseerde(n) de film Pulp Fiction (1994)?


JUIST!NIET JUIST!

Quentin Tarantino

tapijt van Bayeux

In de tweede helft van de elfde eeuw (na de slag bij Hastings,1066) geborduurd wandkleed (ten onrechte tapijt genoemd) van 70 meter lang en 50 cm hoog. Het beeldt de voorbereiding uit voor de overtocht naar en de verovering van Engeland door hertog Willem van Normandië. Op het wandkleed zien we hoe de Engelse graaf Harold een eed van trouw zweert aan hertog Willem, die echter zelf zijn zinnen op Engeland gezet had.
Harold liet zich niettemin tot koning kronen. Dus verbrak hij zijn eed. Overduidelijk wordt op het kleed getoond hoe deze eedbreuk door God gestraft wordt: Harold wordt bij Hastings door Willem verslagen en sneuvelt.
Over het ontstaan van het kleed is weinig bekend, vroeger dacht men dat Willems echtgenote, Mathilda, de opdrachtgeefster was; tegenwoordig ziet men Odo, bisschop van Bayeux en halfbroer van hertog Willem, als de degene die het initiatief nam, overigens zonder harde bewijzen. Het borduurwerk is zeer levendig en geeft bovendien allerlei interessante details over het leven van de elfde- eeuwse krijgers (ridders). (PL)