William James

(1842-1910) Amerikaanse filosoof en psycholoog, belangrijkste vertegenwoordiger van het pragmatisme. Hij wijst de metafysische bemoeienissen van de filosofie af en benadrukt de praktische kant ervan. Hij ziet de zin niet in van het zoeken naar 'de waarheid' als er nog zoveel praktische problemen zijn die om een oplossing vragen. Belangrijker dan de vraag of een hypothese waar is, is de vraag of die hypothese nuttig is, profijtelijke resultaten oplevert. Bij elk filosofisch probleem moeten we ons de volgende vraag stellen: 'Welk praktisch verschil zou het voor eenieder van ons maken als niet dit maar dat andere idee waar zou zijn.' Is zo'n verschil niet vast te stellen, dan is de praktische waarde van die ideeën dus identiek en kunnen we er dus net zo goed niet meer over discussiëren en onze tijd aan iets nuttigers besteden. James verzet zich ook tegen het streven van sommige filosofen om de werkelijkheid op basis van één beginsel te verklaren. Hij pleit voor een pluralistische visie op de wereld: de werkelijkheid is geen 'universum maar een multiversum'.
Niet te verwarren met zijn broer, de Amerikaanse schrijver Henry James.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.