William James

(1842-1910) Amerikaanse filosoof en psycholoog, belangrijkste vertegenwoordiger van het pragmatisme. Hij wijst de metafysische bemoeienissen van de filosofie af en benadrukt de praktische kant ervan. Hij ziet de zin niet in van het zoeken naar 'de waarheid' als er nog zoveel praktische problemen zijn die om een oplossing vragen. Belangrijker dan de vraag of een hypothese waar is, is de vraag of die hypothese nuttig is, profijtelijke resultaten oplevert. Bij elk filosofisch probleem moeten we ons de volgende vraag stellen: 'Welk praktisch verschil zou het voor eenieder van ons maken als niet dit maar dat andere idee waar zou zijn.' Is zo'n verschil niet vast te stellen, dan is de praktische waarde van die ideeën dus identiek en kunnen we er dus net zo goed niet meer over discussiëren en onze tijd aan iets nuttigers besteden. James verzet zich ook tegen het streven van sommige filosofen om de werkelijkheid op basis van één beginsel te verklaren. Hij pleit voor een pluralistische visie op de wereld: de werkelijkheid is geen 'universum maar een multiversum'.
Niet te verwarren met zijn broer, de Amerikaanse schrijver Henry James.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.