Confucius

Eigenlijk K'oeng Foe-tse (551-478 v.Chr.) Chinese filosoof, grondlegger van de Chinese staatsgodsdienst. Zijn leer is wezenlijk praktisch en beperkt zich tot de ethiek; ze ontbeert een afgerond metafysisch systeem. Confucius beschouwt de mens nooit als een geïsoleerd individu, maar altijd als opgenomen in een sociaal verband: familie, maatschappij en staat. Zijn ethiek mondt dus uit in een politieke filosofie. Desalniettemin begint elke goede maatschappij bij het individu, dat zijn leven moet inrichten overeenkomstig de grote, maar simpele deugden: rechtvaardigheid, bedachtzaamheid, waarachtigheid en betrouwbaarheid. Bij hem vinden we al een verwoording van de 'gulden regel': 'Wat gij zelf niet wenst, doe dat ook een ander niet aan!' In Confucius zijn de filosoof en de wijze staatsman verenigd.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste keizer van het Romeinse Rijk?


JUIST!NIET JUIST!

Augustus

ethiek

Zedenleer, moraalfilosofie. Het praktische deel van de filosofie dat zich bezighoudt met de bestudering van de zeden en probeert vast te stellen wat goed is en wat slecht. De ethiek kan beschrijvend zijn of normatief en in dat laatste geval stelt ze normen, voorschriften en wetten op. De normatieve ethiek probeert dus vragen te beantwoorden als: 'Wat is goed?' 'Hoe moeten we handelen?' 'Waarom moeten we zo handelen?'