speltheorie

Wiskundige theorie, ontworpen door J. von Neumann en O. Morgenstern (Theory of Games and Economic Behavior, 1953), en bedoeld voor het bestuderen van strategische situaties. Strategische situaties doen zich voor wanneer de ene partij in haar beslissingen rekening houdt met de beslissingen van de andere partij. Dit is niet alleen kenmerkend voor spelsituaties (zoals het schaakspel), maar ook relevant bij een oligopolie. In strategische situaties is er ruimte voor conflict en/of samenwerking (coöperatie). Conflict doet zich voor wanneer de winst van de ene partij per definitie het verlies van de andere partij inhoudt (dit wordt ook wel ‘zero sum game’ genoemd). John Nash (1928) ontving in 1994 de Nobelprijs voor de economie voor zijn bijdragen aan het oplossen (= het bepalen van het evenwicht, Nash‑evenwicht genoemd) van speltheoretische modellen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke filosoof is de grondstelling Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben)?


JUIST!NIET JUIST!

Descartes

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.