clerus

(Grieks: kleros = erfdeel) Geestelijke stand in de Rooms-katholieke kerk. Wordt scherp onderscheiden van leken (Grieks: laikos = uit het volk).
De clerus ontleent zijn eigenheid en status aan de door goddelijke verordening ingestelde hiërarchie die bestaat uit degenen die tot bisschoppen, priesters en diakenen zijn gewijd. Uit de bisschoppen worden kardinalen gekozen en uit de kardinalen de paus.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uit welke grondsoort werd vroeger turf gewonnen?


JUIST!NIET JUIST!

veen

hoofsheid

Aan de hoven ontstane ridderlijke gedragscode waarbij zelfbeheersing en dienstbaarheid aan vrouw, heer en kerk de hoofdrol speelden. Hoofse liefde was de ridderlijke bewondering voor een voor hem onbereikbare vrouw. Aan haar droeg hij bijvoorbeeld zijn overwinningen op.