clerus

(Grieks: kleros = erfdeel) Geestelijke stand in de Rooms-katholieke kerk. Wordt scherp onderscheiden van leken (Grieks: laikos = uit het volk).
De clerus ontleent zijn eigenheid en status aan de door goddelijke verordening ingestelde hiërarchie die bestaat uit degenen die tot bisschoppen, priesters en diakenen zijn gewijd. Uit de bisschoppen worden kardinalen gekozen en uit de kardinalen de paus.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke componist schreef het muziekstuk Le Carnaval des Animaux?


JUIST!NIET JUIST!

Camille Saint-Saëns

retoriek

Oorspronkelijk bij de oude Grieken de leer der welsprekendheid. De tegenwoordige betekenis is minder gunstig: bombastisch en gezwollen taalgebruik. Een retorische vraag is een schijnvraag, omdat de vragensteller niet werkelijk een antwoord verwacht (bijvoorbeeld: 'wou je soms zeggen dat het allemaal wel meevalt?').