postmoderne dans

Eind jaren '50 in de Verenigde Staten opgekomen vormen van moderne dans, als reactie op het tot dan dominerende (dramatische) expressionisme van met name Graham; haar leerling en sterdanser Merce Cunningham was de eerste toonaangevende vertegenwoordiger. Postmoderne dans is niet gericht op gevoelsuitbeelding, noch inleving of meeleven door de toeschouwer, maar op een spel met, dikwijls alledaagse, dans- en bewegingsvormen (de theoretische uitgangspunten zijn vaak ontleend aan Humphrey). Te onderscheiden zijn 5 hoofdvormen: 1. pure dans (vrije of lyrische dans en repetitieve dans); 2. performancedans (gaat om de persoonlijke beleving van de, vaak als een kind met objecten spelende, danser); 3. mimedans (synthese van dans en mime); 4. multimediadans (dans gecombineerd met tekst of zang); 5. omgevingsdans (dans als bewegende beeldende kunst in een speciaal gecreëerde omgeving). In Nederland is postmoderne dans in de jaren '60 geïntroduceerd door Koert Stuyf en Pauline de Groot; hedendaagse vertegenwoordigers zijn met name Krisztina de Châteln, Bianca van Dillen en Ton Simons (Cunningham). Stijlmiddelen van de postmoderne dans, vooral gebruik van tekst, zang en alledaagse bewegingen, worden vaak toegepast in het nieuwe expressionisme, zoals van Pina Bausch of Truus Bronkhorst.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Tijdens welke oorlog werden de gewonden verzorgd door Florence Nightingale en haar team?


JUIST!NIET JUIST!

Krimoorlog

logica

De leer van het juiste redeneren, waarbij men onderzoekt onder welke omstandigheden redeneringen geldig zijn. De inhoud van de uitspraken waaruit die redeneringen zijn opgebouwd, speelt daarbij geen rol (formele logica). Aristoteles was de eerste filosoof die de logica systematiseerde, waarbij hij zich concentreerde op het syllogisme. De moderne logica is geen onderdeel meer van de filosofie, maar vormt een tak van de wiskunde en valt voor sommige logici zelfs samen met de wiskunde.