BEKNOPTE
ENCYCLOPEDIE
VOOR DE ALGEMENE
ONTWIKKELING

Met deze knop laat u zich verrassen. Het programma kiest willekeurig een onderwerp. U kunt deze functie ook gebruiken voor een kennisquiz.

Media

In de eerste tien jaar van de eenentwintigste eeuw is het medialandschap in Nederland, en niet alleen daar, onherkenbaar veranderd. Nog maar enkele decennia geleden waren burgers voor het krijgen van nieuws en andere informatie voornamelijk afhankelijk van ‘bedrukt papier' in velerlei vorm (kranten en tijdschriften) en van een paar radio- en televisiestations. De krant kwam 's ochtends of 's avonds. Televisiestations zonden niet de hele dag hun programma's uit. Nu zijn er ontelbaar veel radio- en televisiestations. Nieuws, achtergronden van het nieuws en entertainment zijn elk moment van de dag volop beschikbaar op de buis. Maar bovenal is er nu internet. Iedereen en alles is online, en iedereen die iets wil weten is onmiddellijk op de hoogte van wat er zojuist is gebeurd, op welke plek van de aardbol ook. Ook kranten en tijdschriften zijn volop op het net te vinden. Iemand in Heerenveen kan 's ochtends The New York Times doornemen, of Le Figaro. En de Rus die een beetje Nederlands kent, scant de Telegraaf op het nieuws dat Nederland wakker maakt. Daarmee is de rol van de ouderwetse journalist en redacteur veranderd. Hij werkt niet alleen voor een papieren dagkrant, week- of maandblad of ander periodiek, of voor nieuwsrubrieken van de  commerciële of publieke omroep. Hij moet zodra hij iets belangrijks hoort onmiddellijk de internetredactie waarschuwen. En vice versa.
Daarbij gaat het niet alleen om echt nieuws; op het net kun je ook de laatste roddels vinden, de laatste weblogs van jan en alleman, inclusief die van ministers en andere overheidsdienaren. Daarnaast wordt er ‘getwitterd' dat het een lieve lust is, en als je stante pede je mening wilt geven over iets dat gebeurd of gezegd is, kun je dat ogenblikkelijk aan de hele wereld kwijt. En dat is het grote verschil tussen de ‘oude' media en de ‘nieuwe'; die laatste zijn vaak persoonlijk getint en bekommeren zich niet of nauwelijks om het  waarheidsgehalte van hun boodschap. 
Beïnvloeding van de publieke opinie gebeurt weliswaar nog steeds via de televisie, waar reputaties gemaakt en gebroken worden, maar presidentsverkiezingen worden nu gewonnen door gebruikers van internet bij de campagne te betrekken.
Gevoegd bij de ‘ontlezing', zoals het fenomeen heet dat er minder wordt gelezen, betekent dit een enorme afname van het aantal papieren nieuws- en dagbladen. Waren er rond 1950 in Nederland meer dan honderd dagbladtitels, nu zijn er nog maar acht over. En daarvan daalt de oplage gestaag. Kranten overal ter wereld denken er dus over om voor het gebruik van hun sites te laten betalen. Maar waarom zou een mens dat doen als hij het nieuws elders op het net gratis kan krijgen? Alles bij elkaar is het de vraag of deze ontwikkeling op den een verschraling zal betekenen van de degelijke ‘waarheidsvinding', die tijd kost en dus duur is. Serieuze journalisten en redacteuren moeten immers  - betrouwbare - bronnen raadplegen, de feiten checken. Daarmee dienen zij onder meer de opinievorming die voor een democratie van belang is.

In Nederland en andere westerse landen is de vrijheid van meningsuiting en -verspreiding vastgelegd in de Grondwet; er wordt door de overheid geen censuur gepleegd en er is geen controle van bovenaf voor iets openbaar wordt gemaakt. Dat verschaft serieuze journalisten nog steeds een grote invloed. Niet voor niets wordt de pers wel ‘de vierde macht' genoemd, naast de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. Deze macht is niet ondemocratisch. Integendeel: juist vrijheid garandeert dat journalisten onderzoek kunnen doen naar ondemocratisch of niet-toelaatbaar gedrag van personen en (overheids)instellingen en dat zij dat wereldkundig kunnen maken. Daarbij horen een paar onopgeschreven ethische normen. Zo voelt de professionele journalist zich verantwoordelijk voor het publiceren van de juiste feiten, hij checkt en dubbelcheckt zijn bronnen, past hoor en wederhoor toe, presenteert roddel en achterklap niet als vaststaand nieuws. En bovendien is dit soort journalisten in staat  het nieuws te analyseren en te duiden of er een gedegen commentaar op te geven. Een arbeidsintensief en dus duur karwei.
In dit hoofdstuk is gekozen voor het vertellen van de ontstaansgeschiedenis van een kleine, toonaangevende groep dag- en weekbladen uit binnen- en buitenland. Van een paar op het gebied van de pers werkzame instellingen en bedrijven en van de publieke omroepverenigingen. Een aantal in de journalistiek gebruikelijke termen wordt uitgelegd, alsmede enkele aan het televisie- en internettijdperk ontleende begrippen.

 Ite Rümke en Rita Kohnstamm


Volg CultureelWoordenboek.nl:



Gratis maar niet voor niks
De inhoud van het Cultureel Woordenboek is gratis, want de schrijvers worden niet betaald. Maar hosting en webbeheer krijgen we niet voor niks. We hebben dus wat financiële steun nodig. Wordt onze helpende vriend en maak € 10 (of meer) over. Hoe?
Kijk onder Vriend worden?

paginatop