BEKNOPTE
ENCYCLOPEDIE
VOOR DE ALGEMENE
ONTWIKKELING

Met deze knop laat u zich verrassen. Het programma kiest willekeurig een onderwerp. U kunt deze functie ook gebruiken voor een kennisquiz.

Geschiedenis: Oudheid

Met het begrip 'Oudheid' wordt doorgaans een periode van de menselijke geschiedenis aangeduid, die zich kenmerkt door een of meer culturen. De oudheid wordt voorafgegaan door de schriftloze 'prehistorie', die verreweg de langste periode van de menselijke geschiedenis bestrijkt. Na de prehistorie kon gebruik worden gemaakt van geschreven bronnen. We spreken dan van historie of geschiedenis.

De geschiedenis van Europa wordt wel grofweg in vier perioden onderverdeeld: oudheid, middeleeuwen, nieuwe en nieuwste tijd. Er bestaat ook een indeling in meer perioden: zo kunnen de middeleeuwen worden onderverdeeld in vroeg, midden (of 'hoog') en laat. Ook de nieuwe tijd kan verder worden onderverdeeld of anders worden genoemd (vroegmoderne tijd). In de archeologie (alsook de geologie) gebruikt men vaak andere begrippen om tijdvakken aan te duiden - zoals steentijd en ijzertijd - die ook weer in meerdere fasen zijn uit te splitsen en zelfs per land kunnen verschillen. In Griekenland maakte men bijvoorbeeld eerder gebruik van brons(tijd) of ijzer(tijd) dan in bijvoorbeeld Nederland of IJsland. Wel moet men bij deze traditionele indeling bedenken dat zo’n scheiding heel kunstmatig is. Er zijn allerlei geleidelijke overgangen en golfbewegingen tussen de verschillende tijdperken. Het onderscheid wordt echter bij gebrek aan een beter indelingscriterium en ook om praktische redenen gehandhaafd, bijvoorbeeld in de studie van de geschiedwetenschap aan de meeste universiteiten.

De 'Oudheid' kan slaan op diverse culturen van de wereldgeschiedenis, zoals die van de Chinese oudheid of die van Meso-Amerika. De term wordt wel het meest gebruikt in relatie tot de oudheid van de westerse beschaving, die even voor 3000 v.Chr. begon met de uitvinding van het schrift in Egypte en Mesopotamië. Omdat het alfabet zich echter maar zeer langzaam over het continent verspreidde, wordt dit tijdvak in veel landen ook nog beschouwd als onderdeel van de prehistoristorische Bronstijd (3.200 tot 800 voor Christus) en IJzertijd (800 tot 12 voor Christus). Voor een verder onderscheid is de oudheid daarom nader onderverdeeld in drie afzonderlijke perioden:

 -    Midden en Late Bronstijd (2.500 tot 1.200 v.Chr.)

-    Vroege IJzertijd (1.200 tot 800 v.Chr.)

-    Klassieke Oudheid (800 v.Chr. tot 476 na Chr.).

 De ‘klassieke oudheid’ heeft dan uitsluitend betrekking op de beschavingen of culturen van Griekenland en Rome en verschilt dus met de term oudheid van de westerse beschaving. Het is goed te beseffen dat de klassieke oudheid relatief laat ontstond, na bijvoorbeeld de culturen in China, India, Mesopotamië en Egypte.

De oudheid als geheel van de bovengenoemde 3 perioden laat zich kenmerken door de opkomst van een aantal grote rijken en beschavingen, waaronder het Oude Egypte, het Hellenistische rijk van Alexander de Grote en het Romeinse Rijk. De plundering van Rome en de val van het West-Romeinse Rijk in 476 na Christus worden over het algemeen beschouwd als het einde van de (klassieke) oudheid. In elk van de drie perioden ligt het centrum van macht en cultuur in een bepaald deel van de wereld. Daarmee wisselt het onderwerp van de geschiedschrijving. In de Oudheid ligt het accent eerst op Egypte en het Tweestromenland (Mesopotamië), daarna op de Middellandse‑Zeewereld (Griekenland en Rome). In de Middeleeuwen komt West‑Europa in beeld.

Anton Cruysheer


Volg CultureelWoordenboek.nl:



Gratis maar niet voor niks
De inhoud van het Cultureel Woordenboek is gratis, want de schrijvers worden niet betaald. Maar hosting en webbeheer krijgen we niet voor niks. We hebben dus wat financiële steun nodig. Wordt onze helpende vriend en maak € 10 (of meer) over. Hoe?
Kijk onder Vriend worden?

paginatop