BEKNOPTE
ENCYCLOPEDIE
VOOR DE ALGEMENE
ONTWIKKELING

Met deze knop laat u zich verrassen. Het programma kiest willekeurig een onderwerp. U kunt deze functie ook gebruiken voor een kennisquiz.

Toelichting hoofdstuk Bouwkunde

Zolang de mens op aarde is, heeft hij - net als de dieren die schelpen, nesten en holen maken - bouwsels gemaakt om zich te beschermen tegen de gevaren van buiten. In dit hoofdstuk beperken wij ons tot de bebouwde omgeving zoals we die nu kennen, tot de vraag wat de factoren zijn die het beeld daarvan hebben bepaald en gaan in op ontwikkelingen voor de nabije toekomst.

Tot het einde van de 19de eeuw werd in ons land voornamelijk ambachtelijk gebouwd, daar kwamen nauwelijks architecten aan te pas. Die geheel volgens traditie ontstane bouwwerken bevallen ons in hun eenvoud en bruikbaarheid. Degenen die zich wel 'architect' noemden, waren te onderscheiden in een groep die koos voor 'neostijlen', onder wie Cuypers en degenen die vernieuwing zochten, onder wie Berlage.

De ontwikkeling van de techniek maakte steeds gedurfder constructies mogelijk en dus ook geheel nieuwe vormen. Het streven naar de toepassing van de nieuwste techniek viel samen met nieuwe opvattingen in de kunst, zoals de groep De Stijl die beleed. In de architectuur leidde dit tot het 'functionalisme' of het 'Nieuwe Bouwen', gestimuleerd door onder anderen Duiker en Van der Vlugt. Men nam niet langer de uiterlijke vorm als uitgangspunt bij het ontwerpen, maar het gebruik dat van het gebouw zou worden gemaakt en het te verwachten gedrag van de mensen daarbinnen.

Tegen deze opvatting bestond veel weerstand bij de traditionalisten (onder andere de 'Delftse school'). De strijd tussen traditionalisten en functionalisten werd door de Tweede Wereldoorlog onderbroken, maar na de oorlog weer actueel. Kort geschetst: het snel wegwerken van de oorlogsschade vroeg om functionalisten; nostalgie om wat verloren was gegaan, gaf traditionalisten een kans. Overigens is het een misverstand te denken dat de nieuwe bebouwing voornamelijk nodig was vanwege de oorlogsverwoestingen. De sloop van zeer waardevolle gebouwen na de oorlog heeft - althans in Nederland - veel meer kapotgemaakt dan de oorlog zelf.

Het inhalen van de bouwachterstand en de toenemende ruimtebehoefte van de bevolking zijn na de oorlog ten koste gegaan van de zorgvuldigheid bij de ruimtelijke ordening. De problemen waar bouwers in Nederland voor stonden - en nog staan - lijken ook bijna onoplosbaar. De woningbouwopgave is gewijzigd; er is vraag naar meer woningen met een groter woonoppervlak, voor kleinere gezinsvormen.

Dit, gecombineerd met een groeiende bedrijvigheid is grotendeels opgelost in nieuwe wijken, op afstand van de oude woonkernen met hun voorzieningen en wildgroei van bedrijventerreinen. Het gevolg is dat groene gebieden verstenen en er een enorm fileprobleem ontstaan is, dat ook met versterken van het openbaar vervoer niet oplosbaar is, gezien de deconcentratie van wonen en werken.

Ook vanuit het oogpunt van duurzaamheid is dit zeer ongewenst. Duurzaamheid gaat immers niet alleen over materiaal- en energiegebruik, maar ook over grondgebruik. En grond is kostbaar in ons dichtbevolkte land. Een duurzame oplossing voor de ontstane problemen in de ruimtelijke ordening wordt nu gezocht in het verdichten van de bestaande steden. Daarbij worden de woon- en werkfuncties gecombineerd en wordt gebouwd in hoge dichtheid, wat niet ten koste hoeft te gaan van de (woon)kwaliteit.

Bouwen in de stad lijkt duurder, maar voorkomt de aanleg van kostbare infrastructuur voor wijdlopige stadsuitbreidingen, zoals in de afgelopen decennia gebeurde in de zogenoemde 'Vinexwijken'. Bovendien blijft er dan meer groengebied over, zoals in het ‘Groene Hart’, dat ook werkelijk kwaliteit heeft en niet verbrokkeld wordt ten gevolge van stads- dorpsuitbreidingen.

Dat er behoefte is aan een dergelijke oplossing, waar wonen, werken en voorzieningen op fietsafstand liggen, blijkt uit het feit dat steeds meer gezinnen in de stad blijven wonen.

De eerste editie van dit hoofdstuk (1990) werd geschreven door de architect Wiek Röling.

Martien van Goor


Volg CultureelWoordenboek.nl:



Gratis maar niet voor niks
De inhoud van het Cultureel Woordenboek is gratis, want de schrijvers worden niet betaald. Maar hosting en webbeheer krijgen we niet voor niks. We hebben dus wat financiële steun nodig. Wordt onze helpende vriend en maak € 12 (of meer) over. Hoe?
Kijk onder Vriend worden?

paginatop