Karl Marx

(1818-1883) Duitse econoom, filosoof en politiek activist; samen met Friedrich Engels legde hij de theoretische grondslagen voor het 'wetenschappelijke' socialisme. Marx woonde en werkte achtereenvolgens in Duitsland, Frankrijk en Engeland. Hij voorzag in zijn levensonderhoud door het schrijven van krantenartikelen.
In 1848 schreef hij op verzoek van de Duitse Bund der Kommunisten samen met Engels het beginselprogramma voor een communistische partij: het Communistische Manifest, het meest invloedrijke en explosieve politieke pamflet van de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw - met de beroemde slotregels: 'De proletariërs hebben niets te verliezen dan hun ketenen. Zij hebben een wereld te winnen. Proletariërs aller landen, verenigt U!'
Vanaf 1860 wijdde Marx zich volledig aan het schrijven van zijn theoretische hoofdwerk Das Kapital, waarvan hij zelf in 1867 het eerste deel publiceerde. Het tweede en derde deel werden pas na zijn dood uit zijn nagelaten manuscripten samengesteld en uitgegeven door Engels en Karl Kautsky. In 1864 was hij nauw betrokken bij de oprichting van de International Working Men's Association, de zogenoemde Eerste Internationale. Als bestuurslid en opsteller van de meeste publicaties van deze vereniging was hij een van de meest toonaangevende figuren van de Europese arbeidersbeweging.
In filosofisch opzicht is Marx een volbloed Hegeliaan, zij het met een tegengesteld voorteken: waar Hegel de idee als drijvende kracht achter de geschiedenis beschouwde, daar beschouwt Marx de materie, dat wil zeggen de materiële maatschappelijke werkelijkheid (de productiekrachten en de productieverhoudingen) als motor van de geschiedenis (historisch materialisme ). Marx zette Hegel , naar eigen zeggen, weer op zijn poten. Hij handhaafde Hegels visie op de geschiedenis, namelijk als een proces dat volgens dialectische wetten verloopt en dat een duidelijk einddoel heeft - voor Marx was dat de klasseloze maatschappij, waarin de proletarische revolutie uiteindelijk uitmondt. Marx hechtte aan de wetenschappelijkheid van zijn socialisme (in tegenstelling tot het 'utopische socialisme' van zijn voorgangers), hij wijdde de laatste twintig jaar van zijn leven aan de bestudering van de kapitalistische economie en de kritiek op de burgerlijke economen om aldus zijn stelling te onderbouwen dat het kapitalisme aan zijn eigen dynamiek te gronde moest gaan.
Er is geen tweede filosoof die zo'n grote invloed heeft gehad op de geschiedenis van de negentiende en vooral de twintigste eeuw: zonder Marx geen communisme, geen Koude Oorlog. Daarmee voldeed hij aan de beroemde eis die hij aan filosofen stelde: 'Tot nu toe hebben de filosofen de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt erop aan haar te veranderen.'


dit lemma (en nog 9624 andere) op: CultureelWoordenboek.nl