communisme

Politiek stelsel dat in economisch opzicht wordt gekenmerkt door staatseigendom van de middelen van productie, vervoer en handel, en door de administratieve vaststelling van prijzen (dat wil zeggen: niet via markten). In politiek opzicht door de leidende rol van de communistische partij; en in sociaal opzicht door de overheersing van alle maatschappelijke organisaties door diezelfde partij. Aan het eind van de jaren tachtig werd het communisme in tal van Centraal-Europese landen afgeschaft. In plaats daarvan koos men voor een westelijk maatschappijmodel van democratie en markteconomie. In het begin van de jaren negentig volgde ook de bakermat van het communisme: Rusland. Na de mislukte couppoging tegen Gorbatsjov werd in augustus 1991 de Russische communistische partij opgeheven. Sindsdien zijn China, Noord-Korea en Cuba de laatste landen met een één-partij communistisch bestel, maar is in China het particulier eigendom van bedrijven en de vrije handel in aandelen op effectenbeurzen meer en meer toegestaan.
Zie ook
fascisme, liberalisme, marxisme, socialisme en totalitarisme.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef de toneelstukken 'Oom Vanja' en 'Drie zusters'?


JUIST!NIET JUIST!

Anton Tsjechov

sociale zekerheid

Stelsel dat vooral na de Tweede Wereldoorlog is opgebouwd en dat als hoeksteen van de verzorgingsstaat wordt beschouwd. De sociale zekerheid wordt wel in vier onderdelen verdeeld: sociale verzekeringen, sociale voorzieningen, de vergelijkbare regelingen voor ambtenaren en pensioenregelingen. Sociale‑zekerheidsuitgaven vormen een zo groot bestanddeel van de publieke uitgaven dat ze een belangrijke rol spelen bij de vaststelling van de rijksbegroting.